‘Taal hoort bij de identiteit van het land’
9 januari 2026
Wim Daniëls is al sinds zijn jeugd gefascineerd door taal en dan met name dialect. In de steeds internationaler wordende Brainportregio is dialect soms ver te zoeken en staat zelfs het gebruik van het Algemeen Nederlands onder druk. Wim legt uit waarom dat volgens hem logisch én jammer is.
“Toen ik als jongetje ‘appelsien’ zei, werd ik ‘zogenaamd’ verbeterd: het zou ‘sinaasappel’ moeten zijn. Maar als je kijkt naar de herkomst van beide woorden, dan kom je bij hetzelfde uit. Een sinaasappel is namelijk een appel uit China, een “China-appel”. Mijn dialectwoord is daar de omkering van.”
Wim beschrijft het als volgt: “Elk woord in een taal draagt een soort masker. Als je dat masker afneemt, zie je wat het woord oorspronkelijk betekent.” Die gedachte fascineerde hem zo, dat hij besloot om taal te gaan studeren. Maar taal, zo ontdekte hij, is om meerdere redenen fascinerend. Ook de geschiedenis van de standaardtaal interesseert hem. Evenals dialecten, taalverandering en tekstkwaliteit. “Wat ik boeiend vind is wat de ene geschreven tekst beter en effectiever maakt dan de andere.”
Over Wim Daniëls
Wim Daniëls is schrijver, tv- en theatermaker. Hij woont al lange tijd in Eindhoven, maar hij groeide op in Aarle-Rixtel. Wim heeft meer dan honderd boeken geschreven, waaronder diverse bestsellers. In veel van zijn boeken beschrijft hij de historie van een bepaald onderwerp: dorpen, de fiets, op met vakantie gaan, de lagere school en de taal. Zijn laatste boek gaat over de geschiedenis van de middelbare school en heeft als titel 'De middelbare school'. Op tv presenteert hij al vijf jaar lang het programma 'Nederland op Film'. En eerder presenteerde hij samen met Huub Stapel het tv-programma 'Het dorp'.
Meer standaardtaal
Wie duikt in de geschiedenis van taal, komt in aanraking met dialect. Want voor de standaardtaal, sprak iedereen dialect. Waarom is dat tegenwoordig anders? “Dialecten staan onder druk vanwege de enorm toegenomen mobiliteit. Mensen verhuizen heel gemakkelijk. Die verhuisdrang is overigens al een tijd gaande. Zo verscheen in 1959 een studie van de Tilburgse Hogeschool over allochtonen in Brabant. Met “allochtonen” werden toen echter geen buitenlanders bedoeld, maar mensen uit andere Nederlandse provincies dan Noord-Brabant”, lacht hij. “Door die verhuislust wonen (groot)ouders en (klein)kinderen vaak ver van elkaar vandaan en daardoor verwatert het dialect. Dialecten kunnen zich simpelweg niet handhaven als de mobiliteit te groot wordt. Dat is jammer, maar het is een natuurlijk fenomeen. Mobiliteit hoort bij de huidige maatschappij. Zo woon ik zelf ook niet meer in mijn geboortedorp.”
Charme van dialect
Wim spreekt nog altijd graag het Aarle-Rixtelse dialect uit zijn geboortedorp. ‘Het voelt goed om me te wentelen in de woordenschat waarin ik ben opgegroeid. Voor mij is mijn dialect heel kleurrijk. Als ik naar Aarle-Rixtel fiets, glijd ik als het ware langzaam een wijdere en rijkere taalwereld binnen.’
Brainportregio
In de Brainportregio, waar veel mensen uit verschillende landen samenklonteren omdat ze er hun werk of studie hebben, is er van dialect nauwelijks sprake meer. Dat is jammer volgens Wim: “Dialecten zijn klankrijker dan de standaardtaal. Mijn eigen dialect uit
Aarle-Rixtel telt wel tachtig klanken, terwijl het Algemeen Nederlands er maar een goede veertig heeft.”
Niet alleen dat dialect heeft het zwaar in de Brainportregio, zelfs de standaardtaal heeft het moeilijk. “Veel expats en internationale studenten gebruiken veelal Engels als communicatietaal.” Dat vindt hij zonde. “Ze doen ook weinig moeite om het Nederlands goed te leren, wat ik wel opmerkelijk vind. Als je in een land woont en werkt, zou je respect voor de taal van dat land moeten hebben, want die taal hoort immers bij de identiteit van het land. Maar veel mensen kijken daar helemaal niet zo tegenaan. Ze vinden het prima
dat ze overal met Engels uit de voeten kunnen. Ikzelf vind het een verarming.”
Mond vol tanden
Staat de Nederlandse taal daarmee onder druk? Wim: “Tot op zekere hoogte wel, al heeft het Nederlands van oudsher altijd veel woorden uit andere talen overgenomen. Dat kan ook bijna niet anders in zo’n klein taalgebied. Als we zouden besluiten om alle buitenlandse woorden per direct te schrappen, zouden we geregeld met onze mond vol tanden staan.”
Volgens Wim zien we in onze woordenschat dus volop buitenlandse woorden terug: “Dat is het gevolg van de machtsverhoudingen in vroegere eeuwen. Sinds flink wat jaren worden we weliswaar overspoeld met Engelse woorden, maar veel Engelse woorden stammen oorspronkelijk ook uit het Frans.” Inmiddels gaat het niet alleen meer om woorden, maar complete Engelse zinnen. “En dan begint het voor het Nederlands toch gevaarlijk te worden.”
Brabantse identiteit
De komst van internationals heeft niet alleen invloed op de taal, maar ook op de cultuur. Is er een Brabantse mentaliteit? Wim aarzelt. Hij houdt voordrachten door het hele land en ziet niet zoveel verschillen in gemoedelijkheid en toegankelijkheid bij de mensen. “Twee karaktereigenschappen die nogal snel uitsluitend aan Brabanders worden toegeschreven.”
Hij verwijst als het om Brabantse mentaliteit gaat naar een uitspraak van Wim van de Donk, voormalig commissaris van de Koning van Noord-Brabant. “Hij zei ooit dat in Brabant bij het zakendoen hard en zacht hand in hand gaan. Daar kan wel een kern van waarheid in schuilen. In mei dit jaar was ik bij de uitreiking van drie belangrijke Brainport-prijzen voor bedrijven. Ik merkte daar dat bedrijven elkaar veel gunnen. Ze zoeken elkaar eerder op om te bekijken of ze samen sterker kunnen worden, in plaats van tegenstellingen te onderstrepen.”
Taalplezier
Wim benadrukt dat je beter van taal kunt genieten dan erover mopperen: ‘Taal is heerlijk om mee te spelen en de taalmaskerade waarover ik het had, is natuurlijk ook geweldig. Bovendien kun je er veel plezier aan beleven om je zo uit te drukken dat je woorden en zinnen effect sorteren.’
(bron: FRITS Media magazine ‘Medelanders’, tekst: Mirthe van Wijngaarden. Foto: René Manders / DCI).