STE Trainingen

committed to learning
Mijn STE
  Nieuwsbrief  Contact 
Nederlands English
home > nieuws > detailweergave

Nieuws

8 januari 2016

Nederlands leren: Motivatie, inzicht in structuren en hard werken

Heeft u een nieuwe medewerker uit India, Ierland of Turkije in uw team? Grote kans dat u hem of haar naar ‘de Nederlandse les’ stuurt. Maar wanneer is zo’n training eigenlijk succesvol? En wat betekent het voor een volwassene om een compleet nieuwe taal te leren? We vragen het aan taaltrainer Marja van der Voort.

 

Marja is Neerlandicus en zit al meer dan dertig jaar in het NT2-onderwijs. Op de vraag of werkgevers onderschatten hoe moeilijk het voor hun buitenlandse werknemers is om een nieuwe taal te leren, antwoordt ze volmondig: ‘ja’. “Mensen zijn communicatieve wezens en ze zijn zeker in staat om een nieuwe taal te leren. Maar het heeft tijd nodig. En de mate waarin ze het leren, kan variëren.” 

 

In contact met Nederlanders
Expats zijn het gewend op hoog niveau te denken en te functioneren. Maar dit lukt niet altijd in het Nederlands en dat kan frustrerend zijn. “Hoog opgeleide cursisten kunnen vaak al snel op hoog niveau teksten lezen, terwijl ze nog de grootste moeite hebben om alledaagse dingen te benoemen”, ervaart Marja. “Meestal komt dat doordat ze weinig contact hebben met Nederlanders, of vooral Nederlanders treffen die graag Engels spreken. Iedereen begint altijd in het Engels! Terwijl buitenlanders ‘exposure’ nodig hebben. ‘Zorg dat je in situaties komt waarin je Nederlands kunt spreken’, zeg ik altijd. Ze moeten dat echt opzoeken.”


Structuren en systemen

Hoe leer je nou een taal? Wie lukt het wel, en wie niet? “De belangrijkste succesfactor is de intrinsieke motivatie”, antwoordt Marja. “Het echt willen kunnen, het willen begrijpen. Dat is al de helft van het werk.” Ook is het handig om een zekere aanleg te hebben voor het leren van een taal. “Je moet inzicht hebben in structuren en systemen, zodat je een gevoel krijgt: dit klopt niet, dat klopt wel. Het is belangrijk dat iemand verschillende zinsdelen herkent en weet wat bij elkaar hoort. En het klinkt misschien simpel, maar mensen moeten ook in staat zijn om een logisch verhaal te vertellen, ook in hun eigen taal. Kunnen ze dit niet, dan zetten ze alles achter elkaar en wordt het nooit echt Nederlands.” 


Te veel of te weinig grammatica
Je hoort vaak dat cursisten in de war raken, omdat er bij taaltrainingen zo veel grammatica wordt aangeboden. Aan de andere kant geeft grammatica ze juist ook houvast. “Hier moet een balans gevonden worden”, zegt Marja. “Trainers van STE geven duidelijke basisinformatie, waar cursisten altijd op kunnen terugvallen. Het gaat er niet om de grammatica tot in de finesse te beheersen. Het gaat om het functionele van de grammatica. Vooral bij de hogere niveaus focussen we niet te veel op grammaticale fouten, maar veel meer op de communicatie: kan iemand zich uiten, komt de boodschap over. Overigens is het onmogelijk om geheel foutloos Nederlands te praten.”

 

Hard werken
Speelt leeftijd nog een rol? “Natuurlijk, voor oudere mensen is het moeilijker om een nieuwe taal te leren. Maar wat vooral belangrijk is, is dat iemand een beetje flexibel van geest is. Mensen relateren een nieuwe taal logischerwijs aan hun eigen taal. Dan zien Amerikanen het woord ‘iets’ en gaan ervan uit dat dit wel met eten (‘eat’) te maken zal hebben. Of ze zetten een zin woord voor woord om naar het Nederlands. Terwijl je bijna nooit iets een-op-een kunt vertalen.” 
Tot slot is het leren van een taal ook gewoon een kwestie van hard werken. “Hoe getalenteerd en gemotiveerd je ook bent, uiteindelijk zul je de bereidheid moeten hebben om heel hard te werken. Zonder hard werken kom je nergens, dat geldt voor alles.”


Het ‘waarom’ doorgronden
Marja biedt cursisten in de trainingen aan wat ze op dat moment nodig hebben. “En niet meer. Ik beperk me bewust tot de basis. Als cursisten willen weten of bepaalde variaties, bijvoorbeeld uit de spreektaal, toegestaan zijn, zeg ik: ‘Dat is nu niet zo belangrijk’ of ‘hou je maar liever aan de regels’.” Grote problemen moet je altijd klein maken, is Marja’s devies. “Ik kan als docent alles tot in detail uitleggen, maar soms is het beter, makkelijker, voor een cursist om gewoon te accepteren dat iets zo is. Zonder het ‘waarom’ helemaal te doorgronden.” 
Wat ook vaak helpt is mensen een voorbeeldzin geven die ze uit hun hoofd kunnen leren. Op basis van die structuur, kunnen ze dan zelf weer nieuwe – soortgelijke - zinnen maken. 
Een simpel voorbeeld.
Ik ga morgen naar Amsterdam.
Morgen ga ik naar Amsterdam.
“In twee zinnen leren ze: dat tijd vóór plaats komt. Dat er géén future tense is in het Nederlands. En dat je inversie moet toepassen als je een woord voor de persoonsvorm zet.” 

 

Kunnen werkgevers hun collega’s nog ergens mee helpen?
“Stimuleer je medewerkers om Nederlands te spreken, maar wees nooit dwingend. De motivatie moet echt vanuit henzelf komen. Heb verder niet te hoge verwachtingen. Een taal leren kost nou eenmaal tijd, en veel mensen moeten een drempel over voordat ze iets durven zeggen.” Een andere tip: wees na de training niet bang dat een buitenlandse medewerker je niet begrijpt. “Een werkoverleg kun je al vrij snel in het Nederlands houden”, zegt Marja. “Daarbij wordt namelijk veel jargon gebruikt en dat pikken expats al snel op. Verder geldt: articuleer goed, praat niet te snel en gebruik niet te veel uitdrukkingen. Spreek rustig en eenvoudig Nederlands, stel ja/nee-vragen. Je ziet het wel aan iemands ogen of hij je verstaat. En uiteindelijk leert iedereen de taal: door het te doen.” 



Terug naar de overzichtsweergave
Terug naar de startpagina